| [Startpagina :: Van Mensen en Dingen :: Deze pagina] |
De Coster Frans |
Frans De Coster (9-10-1867) – (8-6-1952)
De folklorist herdacht
Frans Emiel De Coster werd te Gent geboren op 9 October 1867 als zoon van een ambachtsman, die in de buurt van het Sluizeken en de Sleepstraat, een echte Gentse volkswijk, woonde. Hij had het voorrecht een degelijk lager onderwijs te genieten in een stadsschool van de Saspoortstraat, bestuurd door een bekend gebleven schoolhoofd Jacob Wiemer. Zijn schooljaren heeft hij bondig beschreven in zijn « Lodewijk Lievevrouw herdacht » (Oostvl. Zanten, Mei-Juni 1952) en ons het raadsel onthuld, hoe hij meer dan vijf jaar jonger dan Lodewijk Lievevrouw toch op dezelfde schoolbanken in dezelfde klasse van onderwijzer J. Van Renterghem kon zitten. Het schoolstelsel was anders : de school van die tijd bestond uit klassen, niet uit studiejaren, en de goede leerlingen konden klassen « overspringen » tot ze verschillende jaren tegengehouden werden in de hoogste klasse. De goede, maar de jarige, leerlingen, werden in die klasse ter dege « ingeoefend », zodat de allerbesten goed voorbereid waren voor verdere studie of voor de Normaalschool. Frans De Coster was één van die allerbesten, diein het onderwijzersberoep een roeping zagen, een ideaal van volksontwikkeling en volksveredeling. Met hart en ziel is hij dan ook onderwijzer geworden en hij is zijn leven lang paedagoog van het Gentse Volkskind gebleven met als bekroning het hoofdopzienerschap van het Gentse gemeentelijk onderwijs. Hij is vooral een man van de daad, van de practijk geweest, een « realist », zoals de doorsnee-Gentenaar is. Iemand die met het ideaal voor ogen, niet bij de pakken blijft zitten, maar dapper en beslist aanpakt. Een man van de plicht vooral, die zijn taak volbrengt met de regelmaat van een klok, maar ook strijden kan voor de onderwijs- en de onderwijzersbelangen. In gezelschap een graag geziene verschijning, wiens hoge gestalte en kloeke lichaamsbouw reeds ontzag inboezemt, maar de hem vreemden dadelijk geruststelt door zijn innemende lach. Hij sprak gemakkelijk en met bevoegdheid, ook over andere zaken dan het onderwijs, bv. over het toneel, waarvoor hij een grote voorliefde bezat, en over zijn reizen. Heel Europa en Noord-Afrika had hij tijdens goed voorbereide vacantiereizen bezocht en voor er toeristenbonden bestonden, leidde hij gezelschapsreizen voor onderwijzers en onderwijzeressen naar het Noorden en het Zuiden : Nederland, Frankrijk, Zwitserland, Italië. Het zijn deze reizen met hun bezoeken aan « heimat »musea die hem, de veelbereisde, de weg hebben gewezen naar de folklore van de eigen streek, en in de eerste plaats, van eigen historisch-schilderachtige stad met haar intens volksleven van de tweede helft van de 19` eeuw : Gent. Dit spreekt vanzelf dat we Frans De Coster hier vooral moeten huldigen als folklorist. Hij kwam tot de Bond door zijn vriend Lodewijk Lievevrouw, die ons af en toe vergastte op voordrachten, zoals de « Oude Gentse Volksspelen en Vermaken », die hij met zijn tweede vrouw, gewezen onderwijzeres, Malvina Van Ruymbeke bijwoonde. Zijn eerste vrouw, met wie hij in 1894 huwde, was Hortense De Beozières. Ten onrechte werd soms beweerd dat Frans De Coster door zijn eerste vrouw familie was van Eduard Anseele. In werkelijkheid is het de zuster van Frans De Coster Marie De Coster, die de vrouw werd van de Gentse socialistische volkstribuun. Frans De Coster was een goed spreker, en in het Gentse maatschappijleven gewild en befaamd voordrachthouder, meestal over zijn reizen. Hij was een der eersten te Gent om volksvoordrachten met lichtbeelden op te luisteren. Geen wonder dat hij in onze Bond het voorbeeld van onze Nestor Lodewijk Lievevrouw zou volgen en zijn herinneringen aan het Gent van zijn jeugdjaren voor een verjongd publiek zou ophalen.Aldus ontstonden, enerzijds, zijn reeks «Herdenkingen», alle naderhand in Oostvlaamse Zanten opgenomen : in 1948 « August Hendrikx, Vlaams toneelschrijver herdacht (1846-1918 », in 1948 « Lodewijk De Vriese herdacht bij de 100" verjaring van zijn geboorte (8 October 1848) », in 1951 « Lodewijk LievevrouwCoopman herdacht », telkens waren deze spreekbeurten geïllustreerd met 'n tentoonstelling van persoonlijke « souvenirs »; anderzijds zijn talrijk bijgewoonde voordrachten (er waren steeds stoelen te weinig) over op 19 Januari 1947 : Vermaken der Gentse Straatjeugd omstreeks 1870-1880, op 12 September 1948 : Folkloristische Wandeling door de straten van Gent, op 16 Januari 1949 : Nieuwe Folkloristische Wandeling door de straten van Gent,op 2 Juli 1950 : Bijgeloof of Superstitie, op 18 Maart 1951 : Oude Straatstielen. Deze laatste voordrachten waren niet voor publicatie bestemd, maar sommige zouden wel de moeite waard zijn, althans gedeeltelijk, gepubliceerd te worden, want ze brachten steeds eigen beleefde toestanden, die nergens geboekt zijn geworden. We leerden er Gent in kennen door het oog van een scherpe, licht geamuseerde opmerker, die, zelf Gentenaar in merg en nieren, de Gentse toestanden medeleeft en als volksjongen door en door beleeft. « Hij heeft er deugd van ! » merkte iemand op. En werkelijk : Frans De Coster genoot van hetgeen zijn stalen geheugen uit het Gents verleden opdiepte. Met grote verering hebben wij hem in de Bond steeds omringd : was hij niet de ere-hoofdopziener van het stadsonderwijs alhier? Maar toch was er meer dan verering : er was bewondering en liefde voor de folklorist en de mens, die zo ongekunsteld, eenvoudig met eenieder, met de allernederigste, kon omgaan.Hij was 84 jaar oud, toen hij ons verliet, oud van jaren, maar jong van hart. Bij ons laatste bezoek te zijnen huize, in de Papegaaistraat, kloeg hij over rheumatiek en koorts. Maar met het optimisme, dat hem eigen was, zou hij enkele dagen rust nemen te Kasterlee, in het hart van de Kempen, om zich wat te bezinnen over de voordracht, die hij aan de Bond beloofd had : « Op den Bok ». Helaas, de dood verraste hem in het idyllische rustoord Nu rust hij voor eeuwig op het Gemeentekerkhof van de Brugse Poort te Gent.
PAUL DE KEYSER
De folklorist herdacht
Frans Emiel De Coster werd te Gent geboren op 9 October 1867 als zoon van een ambachtsman, die in de buurt van het Sluizeken en de Sleepstraat, een echte Gentse volkswijk, woonde. Hij had het voorrecht een degelijk lager onderwijs te genieten in een stadsschool van de Saspoortstraat, bestuurd door een bekend gebleven schoolhoofd Jacob Wiemer. Zijn schooljaren heeft hij bondig beschreven in zijn « Lodewijk Lievevrouw herdacht » (Oostvl. Zanten, Mei-Juni 1952) en ons het raadsel onthuld, hoe hij meer dan vijf jaar jonger dan Lodewijk Lievevrouw toch op dezelfde schoolbanken in dezelfde klasse van onderwijzer J. Van Renterghem kon zitten. Het schoolstelsel was anders : de school van die tijd bestond uit klassen, niet uit studiejaren, en de goede leerlingen konden klassen « overspringen » tot ze verschillende jaren tegengehouden werden in de hoogste klasse. De goede, maar de jarige, leerlingen, werden in die klasse ter dege « ingeoefend », zodat de allerbesten goed voorbereid waren voor verdere studie of voor de Normaalschool. Frans De Coster was één van die allerbesten, diein het onderwijzersberoep een roeping zagen, een ideaal van volksontwikkeling en volksveredeling. Met hart en ziel is hij dan ook onderwijzer geworden en hij is zijn leven lang paedagoog van het Gentse Volkskind gebleven met als bekroning het hoofdopzienerschap van het Gentse gemeentelijk onderwijs. Hij is vooral een man van de daad, van de practijk geweest, een « realist », zoals de doorsnee-Gentenaar is. Iemand die met het ideaal voor ogen, niet bij de pakken blijft zitten, maar dapper en beslist aanpakt. Een man van de plicht vooral, die zijn taak volbrengt met de regelmaat van een klok, maar ook strijden kan voor de onderwijs- en de onderwijzersbelangen. In gezelschap een graag geziene verschijning, wiens hoge gestalte en kloeke lichaamsbouw reeds ontzag inboezemt, maar de hem vreemden dadelijk geruststelt door zijn innemende lach. Hij sprak gemakkelijk en met bevoegdheid, ook over andere zaken dan het onderwijs, bv. over het toneel, waarvoor hij een grote voorliefde bezat, en over zijn reizen. Heel Europa en Noord-Afrika had hij tijdens goed voorbereide vacantiereizen bezocht en voor er toeristenbonden bestonden, leidde hij gezelschapsreizen voor onderwijzers en onderwijzeressen naar het Noorden en het Zuiden : Nederland, Frankrijk, Zwitserland, Italië. Het zijn deze reizen met hun bezoeken aan « heimat »musea die hem, de veelbereisde, de weg hebben gewezen naar de folklore van de eigen streek, en in de eerste plaats, van eigen historisch-schilderachtige stad met haar intens volksleven van de tweede helft van de 19` eeuw : Gent. Dit spreekt vanzelf dat we Frans De Coster hier vooral moeten huldigen als folklorist. Hij kwam tot de Bond door zijn vriend Lodewijk Lievevrouw, die ons af en toe vergastte op voordrachten, zoals de « Oude Gentse Volksspelen en Vermaken », die hij met zijn tweede vrouw, gewezen onderwijzeres, Malvina Van Ruymbeke bijwoonde. Zijn eerste vrouw, met wie hij in 1894 huwde, was Hortense De Beozières. Ten onrechte werd soms beweerd dat Frans De Coster door zijn eerste vrouw familie was van Eduard Anseele. In werkelijkheid is het de zuster van Frans De Coster Marie De Coster, die de vrouw werd van de Gentse socialistische volkstribuun. Frans De Coster was een goed spreker, en in het Gentse maatschappijleven gewild en befaamd voordrachthouder, meestal over zijn reizen. Hij was een der eersten te Gent om volksvoordrachten met lichtbeelden op te luisteren. Geen wonder dat hij in onze Bond het voorbeeld van onze Nestor Lodewijk Lievevrouw zou volgen en zijn herinneringen aan het Gent van zijn jeugdjaren voor een verjongd publiek zou ophalen.Aldus ontstonden, enerzijds, zijn reeks «Herdenkingen», alle naderhand in Oostvlaamse Zanten opgenomen : in 1948 « August Hendrikx, Vlaams toneelschrijver herdacht (1846-1918 », in 1948 « Lodewijk De Vriese herdacht bij de 100" verjaring van zijn geboorte (8 October 1848) », in 1951 « Lodewijk LievevrouwCoopman herdacht », telkens waren deze spreekbeurten geïllustreerd met 'n tentoonstelling van persoonlijke « souvenirs »; anderzijds zijn talrijk bijgewoonde voordrachten (er waren steeds stoelen te weinig) over op 19 Januari 1947 : Vermaken der Gentse Straatjeugd omstreeks 1870-1880, op 12 September 1948 : Folkloristische Wandeling door de straten van Gent, op 16 Januari 1949 : Nieuwe Folkloristische Wandeling door de straten van Gent,op 2 Juli 1950 : Bijgeloof of Superstitie, op 18 Maart 1951 : Oude Straatstielen. Deze laatste voordrachten waren niet voor publicatie bestemd, maar sommige zouden wel de moeite waard zijn, althans gedeeltelijk, gepubliceerd te worden, want ze brachten steeds eigen beleefde toestanden, die nergens geboekt zijn geworden. We leerden er Gent in kennen door het oog van een scherpe, licht geamuseerde opmerker, die, zelf Gentenaar in merg en nieren, de Gentse toestanden medeleeft en als volksjongen door en door beleeft. « Hij heeft er deugd van ! » merkte iemand op. En werkelijk : Frans De Coster genoot van hetgeen zijn stalen geheugen uit het Gents verleden opdiepte. Met grote verering hebben wij hem in de Bond steeds omringd : was hij niet de ere-hoofdopziener van het stadsonderwijs alhier? Maar toch was er meer dan verering : er was bewondering en liefde voor de folklorist en de mens, die zo ongekunsteld, eenvoudig met eenieder, met de allernederigste, kon omgaan.Hij was 84 jaar oud, toen hij ons verliet, oud van jaren, maar jong van hart. Bij ons laatste bezoek te zijnen huize, in de Papegaaistraat, kloeg hij over rheumatiek en koorts. Maar met het optimisme, dat hem eigen was, zou hij enkele dagen rust nemen te Kasterlee, in het hart van de Kempen, om zich wat te bezinnen over de voordracht, die hij aan de Bond beloofd had : « Op den Bok ». Helaas, de dood verraste hem in het idyllische rustoord Nu rust hij voor eeuwig op het Gemeentekerkhof van de Brugse Poort te Gent.
De hoogst verdienstelijke onderwijsman, de folklorist bij Gods genade, moge de rust vinden, die hij zich niet gunde tijdens zijn bedrijvig leven, geheel gewijd aan de volksopvoeding, tot de laatste dag. We zullen zijn nagedachtenis, samen met die van zijn broeder in Gent, Lodewijk Lievevrouw, trouw bewaren !
PAUL DE KEYSER
In : Oostvlaamse Zanten , 27ste jg, nr 5 -1952
|
Laatst bewerkt op: 25.05.07 door Adrien
|

12 Sep